Van 10 juli tm 15 augustus was het gebied van De Heilige Driehoek in Oosterhout open voor publiek. Hendrik Driessen en ik hadden ruim twintig kunstenaars uitgenodigd om met hun werk te reageren op de monumentale omgeving. De meeste deelnemende kunstenaars maakten voor een specifieke plek binnen deze tentoonstelling nieuw werk. Passend bij de spirituele, betekenisvolle omgeving en geïnspireerd op het thema: Hoop.
campagnebeeld met werk van Jeppe Hein
In de zomer van 2021 was het gebied van De Heilige Driehoek in Oosterhout open voor publiek. Als curatoren hadden Hendrik Driessen en ik ruim twintig kunstenaars uitgenodigd om met hun werk te reageren op de monumentale omgeving. Een enkele keer kozen we voor een bestaand werk omdat het erg goed aansloot op het thema en een bijzondere verbinding aanging met de locatie. De meeste deelnemende kunstenaars maakten echter nieuw werk voor een specifieke plek binnen deze tentoonstelling. Passend bij de spirituele, betekenisvolle omgeving en geïnspireerd op het thema: Hoop.
Tekst voor tentoonstellingskrant die verscheen bij tentoonstelling van Robert Zandvliet in Vincent van GoghHuis in Zundert.
Atelier Zandvliet, 20 januari 2015
Direct bij binnenkomst op het atelier trekt het doek mijn aandacht. De zachtheid van de kleuren mauve, crèmewit, en verbleekte terra, die het landschap vormen. De naar zwart neigend bruine boompjes die als kalligrafische tekens de horizontaliteit doorbreken. Maar het meest intrigerend is de ritmische beweging van de roller waarmee Zandvliet – zoals de banden van een mountainbike – sporen heeft getrokken op het doek: Regen in schuine strepen.
Het is
nog een ruwe versie, een geschilderde schets. Want zoals altijd wil Zandvliet
een compositie eerst volledig doorgronden en in de vingers hebben, voordat hij
hem in één keer op het doek zet. Ook Van Gogh worstelde met dat moment dat de
compositie ontstaat. Aan zijn broer Theo schreef hij in september 1889: “Wat is
de toets, de penseelstreek toch iets merkwaardigs. In de openlucht blootgesteld
aan de wind, de zon, en de nieuwsgierigheid van de mensen, werk je zo goed als
je kunt, je beschildert je doek als een bezetene. Toch krijg je dan het ware en
wezenlijke te pakken – dat is het moeilijkste. Maar als je die studie na enige
tijd weer oppakt en de penseelstreken ordent overeenkomstig de onderwerpen –
dan is dat natuurlijk harmonieuzer en aangenamer om te zien en daar voeg je dan
je sereniteit en glimlach aan toe.” Van Gogh wijdde het aan de mistral dat het
bij de uitvoering soms: “aan een meer spirituele penseelstreek ontbreekt.”
Zandvliet streeft daar juist naar. En met deze geschilderde studie weten we allebei
dat hij er nog niet is, maar dat het slechts een kwestie van tijd is.
Dubbel vierkant
Robert Zandvliet, Korenveld met kraaien, 2011
Regen in schuine strepen
is niet het eerste schilderij van Vincent van Gogh dat Zandvliet ‘kopieert’. De
fascinatie voor de oude meester begon met één van zijn beroemdste doeken: Korenveld met Kraaien. Hij heeft
duidelijk een voorkeur voor een serie schilderijen die Van Gogh maakte op een
zogenaamd ‘dubbel vierkant’: doeken van een halve bij een hele meter. Twaalf landschapsschilderingen
– waarvan één een close-up van boomwortels – en een portret van de dochter van
dr. Gachet in staand formaat. Alle dertien komen ze van één rol en zijn ze in de
laatste weken van juni of in juli 1890 ontstaan. Van Gogh vond zijn inspiratie waarschijnlijk
in het langgerekte schilderij Inter Artes
et Naturam van Pierre Puvis de Chavannes, dat hij op een tentoonstelling in
Parijs gezien had en waarover hij enthousiast schreef aan de kunstcriticus
Joseph Jacob Isaäcson en aan zijn jongere zusje Willemien: “… maar als je het
schilderij ziet en er lang naar kijkt, heb je het gevoel getuige te zijn van
een onherroepelijke maar weldadige wedergeboorte van alles waarin je hebt
geloofd, wat je hebt verlangd, een merkwaardige en gelukkige ontmoeting tussen
de verre oudheid en de ruwe moderne tijd.” Maar niet alleen Puvis de Chavannes
inspireerde Vincent tot deze serie. Eén van de landschappen uit de reeks kreeg de
titel De tuin van Daubigny. Van Gogh
schilderde deze ode aan de door hem bewonderde schilder van de school van
Barbizon, Charles-François Daubigny, die bekend stond om zijn landschappen op
‘dubbele vierkanten’.
Horizon, lucht, aarde
Korenveld met Kraaien
werd lange tijd beschouwd als het laatste werk voor Van Gogh’s zelfgekozen
dood. In de donkere inktblauwe lucht, de door wind getormenteerde korenvelden en
de weg – waarvan het einde niet in beeld is – die daar doorheen slingert, zien
en zagen velen een voorbode van het naderende einde van de kunstenaar. Die
schreef er zelf een stuk opgeruimder over aan zijn broer Theo en diens
echtgenote Jo: “Het zijn immense uitgestrekte korenvelden onder woeste luchten
en ik heb nadrukkelijk geprobeerd er triestheid, extreme eenzaamheid in uit te
drukken. Dat krijgen jullie binnenkort te zien, hoop ik […] omdat ik bijna
zeker weet dat die doeken jullie zullen vertellen wat ik niet in woorden kan
uitdrukken: hoe gezond en hartversterkend ik het platteland vind.”
Toch is het niets van dit alles waardoor Zandvliet door dit doek werd aangetrokken. Na zijn serie schilderijen van alledaagse objecten als chocoladerepen, caravans en haarspelden waarmee hij de eerste helft van de jaren negentig bekendheid vergaarde en daarna de serie zogenaamde ‘cinema’s’ die tijdens een werkperiode bij De Pont in Tilburg ontstonden, zat het belang voor hem puur in het formele motief van het weggetje dat als een symmetrische as aan de horizon verdwijnt: “Voor mij was het vooral het landschap, de kraaien die zag ik eigenlijk helemaal niet. Ik zag horizon, lucht en aarde. En dat Van Gogh met zo’n weggetje dat in het midden van het beeld slingert, dat hij daarmee eigenlijk het schilderij maakte.” Zandvliet tekende, zoals voor hem gebruikelijk, tientallen schetsen van dat weggetje. In die tekeningen vond hij de zigzag-beweging die hij naar kwaststreken in een schilderij kon vertalen. Voor hem was die compositorische oplossing op dat moment de essentie van Korenveld met kraaien.
Maar
Van Gogh liet hem niet los. Direct daarna ontstonden er schetsen naar een
tekening van boomwortels uit Van Gogh’s
Haagse periode, waarover die zelf schreef dat hij met die “zwarte, knorrige wortels met hun knoesten
iets wilde uitdrukken van den strijd des levens”. Vervolgens werkte Zandvliet in 1999 drie weken
in New York aan een serie monotypes waarin we de motieven van de boomwortels en
de weg door de korenvelden terug zien. Naar het late – haast abstract geworden
– schilderij Boomwortels uit Auvers, maakte hij tot slot een doek van twee bij
vier meter. Uit al die werken spreekt een bewondering voor de schilderkunstige
kwaliteiten en compositorische oplossingen die Van Gogh in zijn werk vond. Zo
benadrukte Zandvliet een aspect van de kunstenaar dat de meesten van ons door
de hele mythevorming rondom de persoon soms lijken te vergeten: Van Gogh was
boven alles een groot talent en heeft enorme betekenis gehad voor de ontwikkelingen
binnen de schilderkunst.
Daarmee
hield het even op. Zandvliet was inmiddels begonnen aan zijn nieuwe series Byways en Highways waarvoor hij veel meer naar een schilder als Willem de
Kooning keek. En het duurde tot 2011 voordat de belangstelling voor Van Gogh
weer terugkeerde.
I Owe You…
Van
2008 tot 2012 werkte Zandvliet aan de serie I
Owe You the Truth In Painting, een serie doeken naar werken die hem op één
of andere manier boeiden. Hij sloot daarmee aan bij een academische traditie
van kopiëren naar oude meesters. Ook Van Gogh zag het nut van die methode, aan
zijn broer Theo schreef hij op 20 september 1889: “Ik kan je verzekeren dat het
me enorm boeit om kopieën te maken […] Het is een oefening waar ik behoefte aan
heb, want ik wil leren. Hoewel kopiëren het oude systeem is, maakt me dat
absoluut niets uit.” En aan zijn vriend de schilder Emile Bernard (op 26
november 1889): “Want ik adoreer het ware, het mogelijke, als ik al in staat
ben tot geestelijke vervoering; en buig dus mijn hoofd voor de vreeswekkend
krachtige studie van père Millet.”
Toch
noemt Zandvliet zijn schilderijen naar oude meesters liever geen kopieën maar zal
hij zich eerder herkennen in hoe Van Gogh zijn werken naar Millet omschreef als
‘vertalen’. Soms ‘vertaalde’ Zandvliet wereldberoemde doeken, zoals de
schilderijen die zowel Picasso als Matisse van hun ateliers maakten of Pier en Oceaan van Mondriaan, maar hij
liet zich ook inspireren door Chinese of minder bekende westerse kunstenaars. Door
de schilderijen te hernemen, te analyseren en om te zetten naar een eigen
vertaling, onderzocht hij vooral hoe hij zelf kijkt en wat hij belangrijk vindt
aan een beeld. Werkend aan deze serie ontstond het idee om ook een eerdere
herneming van een oude meester erin te betrekken. Dus vijftien jaar na de
eerste versie greep hij terug naar Korenveld
met kraaien. De eerste schetsen voor de nieuwe versie tonen hoezeer de
kunstenaar nog vastzat aan de compositie en het weggetje. Om daarvan los te
komen, keek hij nu vooral naar de kraaien die hij in 1998 volledig genegeerd
had. Het landschap vertaalde hij – losjes gebaseerd op de blauwe lucht en het
gele koren – naar kleurvlakken, daartegen schilderde hij een ritme van zwarte kraaien.
Het weggetje verdween volledig. Een volgende stap was een schilderij waarin Van
Goghs compositie nog verder uit elkaar getrokken werd, tot enkel diens nerveuze
penseelstreek overbleef: “Van Gogh modelleert zijn onderwerp met die
penseelstreken alsof hij in de klei zit.” Waar de kleine kwaststreken in het
werk van Van Gogh nog dicht op elkaar stonden en zo een soort van reliëf vormden,
dansten ze zich bij Zandvliet los tot een haast abstract beeld.
Bij
het bestuderen van oude meesters viel hem op dat Van Gogh zich onderscheid van
zijn tijdgenoten doordat hij zich niet langer baseerde op de zichtbare
werkelijkheid, maar dat hij een eigen werkelijkheid creëerde: “Daarmee maakte
hij als schilder een enorme ontwikkeling door. En dat in slechts tien jaar. Dat
is ongekend.” Het meest is hij onder de indruk van de dynamiek en energie die
uitgaat van de talloze schilderijen en tekeningen. Vooral die uit de laatste
periode, de werken die uit één rol gemaakt zijn.
Regen in Schuine Strepen
Voor
de tentoonstelling in het Van GoghHuis was het idee snel duidelijk: opnieuw zou
Zandvliet een werk uit die serie hernemen, deze keer het veel minder bekende
schilderij Regen in Auvers. En dat op
een doek van viereneenhalf bij één meter veertig. Het idee voor dat grote doek
werd ingegeven door de kleine tentoonstellingsruimte van het Van GoghHuis.
Zandvliet wilde dat je als kijker zo dicht op het doek komt te staan dat je het
alleen maar kunt zien door met je blik te gaan pendelen. Dat je als het ware ín
het beeld staat.
In het
regenschilderij van Van Gogh herkende Zandvliet twee compositorische problemen waar
hij eerder tegen aanliep bij de herneming van Korenveld met Kraaien. In 1998 vond hij de oplossing in de heldere
en eenvoudige compositie, in 2011 in de ritmiek van de penseelstreek. Regen in Auvers is als het ware een
gestapeld landschap bestaande uit twee keer een horizon en een weggetje dat een
ingang biedt en de kijker het doek intrekt. Daarnaast heb je de schuine strepen
van de regen die de horizontale compositie doorsnijden.
Van
Gogh beschreef een dergelijk werk in een brief van 13 juni 1890 aan zijn zusje
Willemien: “Gisteren heb ik in de regen een groot landschap geschilderd waarop
velden te zien zijn zover het oog reikt, gezien vanaf een hoogte, verschillende
soorten groen, een donkergroen aardappelveld, tussen de regelmatige
plantenbedden de vette paarse aarde, een wit kleurend bonenveld in bloei
ernaast, een klaverveld met roze bloemen en het figuurtje van een maaier, een
veld met hoog en rijp gras in een rossige tint, dan korenvelden, populieren,
een laatste lijn van blauwe heuvels aan de horizon waarlangs de trein
voorbijrijdt die een enorme streep witte rook in het groen achter zich laat. Op
de weg een wagentje en witte huizen met felrode daken langs die weg. Fijne
regen trekt blauwe of grijze strepen over het geheel.”
De ziel
Bij
Van Gogh klinkt het simpel, maar Zandvliet worstelde met het doek. De uitdaging
was om de kleurvlakken van het gestapelde landschap tegenover de ritmiek van de
regen eroverheen, uiteindelijk samen te laten vloeien tot één beeld. In een
eerste versie sneed hij de striemende schuine strepen zelfs letterlijk in het
doek, daarna volgden enkele formele studies op groot formaat, die haast
klinisch abstract werden. Op 28 januari ontvang ik een mail met in de bijlage
een snapshot van een volgende versie: “Het was een donkere dag op het atelier
vandaag, dus de kleuren zijn niet helemaal zoals ze in het echt zijn.” Tegen de
aardetint van het schilderslinnen heeft de schilder in bruinzwart een enkel
breekbaar boompje, struik, wolkpartij geborsteld. En in zacht blauw en crèmewit
gloort boven dat glooiende landschap de belofte van een opklaring. Over het
geheel in striemende beweging de schuine banen van de roller. De twee aspecten
heeft hij losgelaten, de oplossing vindt hij in de tonaliteit.
Een
vergelijkbare zoektocht zit in een serie werken op papier naar Van Goghs
rietpentekeningen van boomstammen uit 1889 uit St. Remy. Zandvliet begon met
snelle schetsen in eitempera en grafiet op papier. De verf bracht hij in één
keer op met een brede kwast of roller. Daarna volgde een wat meer uitgewerkte
serie met verf en een markeerstift. Uiteindelijk resulteerde dit in een reeks
tekeningen met kleurvlakken en het ritme
van een rietpen op Japans rijstpapier, waarvoor hij niet meer naar de
boomstammen van Van Gogh keek, maar naar zijn eigen studies: “Als ik bomen
schilder, dan kijk ik niet naar echte bomen, maar naar de tekeningen van bomen
bij Van Gogh. Ik maak een reeks studies vanuit die eerste impressie en ga dan
vervolgens aan de slag met mijn eigen studies.”
Zandvliet
ziet daar een duidelijk verschil met de werkwijze van zijn voorganger: “Van
Gogh bleef naar die boom kijken en probeerde de ziel in die boom te verbeelden.
Maar je kunt ook uitgaan van het idee dat het schilderij zelf energie
genereert. Ik vraag me af hoe ik dat bereik. Daarvoor kun je naar een boom
kijken, maar ook naar een schilderij van een boom.” Van Gogh schreef dat hij in
de hele natuur als het ware een ziel zag. Zandvliet ontdekt die steeds meer in
de schilderkunst zelf.
4 februari, mail
Robert Zandvliet, Regen in Auvers, 2015
Nog
geen week later weer een mail: “Ik heb vandaag
nog een regenschilderij gemaakt. De vorige versie bleef toch irriteren, op één
of andere manier ontkwam ik niet aan het idee dat ik de boompjes illustratief
vond.” Ik open de bijlage en zie direct dat de kunstenaar zichzelf opnieuw heeft
overtroffen: Het geheel is trefzeker, vanzelfsprekend en in één sessie
op het doek gezet.
De twee aspecten
van tonaal landschap en ritmiek van de regen vloeien samen tot één beeld. De
boompjes zijn verdwenen en Zandvliet geeft diepte aan de compositie met een
enkele veeg donker rood in de voorgrond. Door het ritme van de regen ontstaat een
kalme harmonie die iets van tristesse uitstraalt: “…ik
geloof dat deze versie beter is. Mooi vervuild en in ieder geval qua beeld meer
van mijn hand. Alsof van Gogh’s beeld alleen nog in de regen zelf aanwezig is.”