Opener-Liever-Mooier

Wat is er mooier dan na de pandemie te heropenen met dit lichtwerk van Sef Peeters. Te ontsluiten na een lange en voor velen moeilijke periode, waarin de woorden avondklok, lockdowns, afstand en quarantaine zo vreemd normaal zijn geworden. Elke bezoeker, nieuwkomer of inwoner van de stad wordt door Peeters uitgenodigd na te denken over de openheid, schoonheid en sympathie van de stad, de gemeenschap, elkaar en zichzelf.

Sef Peeters, 2001-

Sef Peeters ( Venlo 1947-Breda 2019) was een kunstenaar voor wie woord en beeld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in een dans rondom betekenis (www.sefpeeters.nl). Al vanaf eind jaren tachtig onderzocht hij woorden als ‘ik’, ‘jouw’, ‘huis’, ‘angst’ en ‘echt’. Wat gebeurt er met de intrinsieke waarde van het woord als het van kleur verandert? Wat als de vorm waarin het woord gegoten wordt, verandert van zakelijk en neutraal tot speels draaiend in de wind of fragiel uitgesneden uit papier (zoals een werk in de stadscollectie van Breda)? De kunstenaar zette en zet ons daarmee aan het denken over betekenis van woord en beeld, alsof we het woord voor het eerst – of toch in ieder geval volledig opnieuw – ontdekken.

Sef Peeters, Maquette voor lichtwerk, 2002

Toen hij begin van de 21 eeuw de opdracht kreeg om een beeld te ontwerpen voor de entree van de stad Breda via de Claudius Prinsenlaan, lag het voor de hand om met woorden te werken. ‘Mooi’ was een woord waar hij al lang beeldend over nadacht: de letters ruw geboetseerd en gegoten in brons haast slordig op elkaar gestapeld of juist ijl in dun metaal uitgevoerd en als potentieel gereedschap aan een knaapje aan de muur gehangen. ‘Mooi’ is een woord dat door veelvuldig gebruik in de reclamewereld haast zijn betekenis verloor. Peeters probeerde het opnieuw te laden. En na ‘mooi’ kwam als vanzelf ‘mooier’. Kunstenaar en criticus Florette Dijkstra beschreef het als volgt in Brabant Cultureel: “MOOIER: dat is nog eens wat anders dan het ‘affe’ MOOI. Er zit actie in de overstijgende trap, het woord roept op tot vergelijken en dus tot confict. Het woord vloeit door de geest, kabbelt over de lippen, wordt in de wind gehangen, tolt dagenlang om eigen as.”

‘Mooier’ leek Peeters een gepaste term om mensen mee te geven die de stad binnengaan. Als mentale oproep. Daarbij zocht hij naar andere woorden die als een oproep, inspiratie of een mentale ruimte zouden ‘klinken’. Talloze woorden passeerden de revue en uiteindelijk koos hij voor ‘Liever’ en ‘Opener’. Hij speelde ermee in een herzien stadswapen voor Breda: De imponerende leeuwen die het wapenschild flankeerden werden vervangen door de woorden ‘Opener’ en ‘Mooier’. In plaats van de gesloten vestingstad – die hij liet vervallen – plaatste hij de tekst ‘Liever’ boven de engel die van oudsher over de stad waakt.

Zo kwam hij uiteindelijk tot een lichtinstallatie voor de entree van de binnenstad: in losse speels oplichtende letters op de daken van de panden die de Grote kerk flankeren als je de stad in rijdt: ‘Mooier’ in warm rood, ‘Opener’ in helder wit en ‘Liever’ in zonnig geel.

Inmiddels zijn we jaren verder. Praktische bezwaren en nieuwe ontwikkelingen in het gebied rondom de Claudius Prinsenlaan vormden een kink in de kabel van de plannen van Gemeente Breda met dit beeld van Sef Peeters. Nooit was de kwaliteit van het plan echter reden om het niet te realiseren. In 2019, tijdens de voorbereidingen van zijn solo-tentoonstelling bij Stedelijk Museum Breda, werd Peeters ziek. Een klein half jaar later overleed hij.

Samen met Gerard van den Berg, ruimtelijk vormgever en goede vriend van de kunstenaar, Jos Wilbrink, adviseur kunst in openbare ruimte en Hans Thoolen, stedenbouwkundig adviseur maak ik me hard voor de realisering van Opener-Liever-Mooier.

Zoveel jaren na de eerste schetsen spreekt het ontwerp immers nog steeds tot de verbeelding, nu misschien wel meer dan ooit. Technische ontwikkelingen boden de kunstenaar de laatste jaren andere openingen om het ontwerp te herzien en te realiseren. Opener-Liever-Mooier kan gezien worden als een ‘vervolg’ op het monumentale neonwerk JOUWHUISISMIJNHUIS dat de kunstenaar in 1991 uitvoerde in Utrecht in het kader van de tentoonstelling Nachtregels. Maar dit ontwerp voor Breda is ruimtelijker, uitdagender en ambitieuzer. En het zal een openbare context geven aan de ‘bescheiden’ kunstwerken die Peeters tot nu toe gemaakt heeft.

Artist Impression Opener-Liever-Mooier

Wat is er mooier dan na de Covid-pandemie te heropenen met dit lichtwerk van Sef Peeters? Om met dit werk te ontsluiten na een lange en voor velen moeilijke periode, waarin de woorden avondklok, lockdowns, afstand en quarantaine zo vreemd normaal zijn geworden. Elke bezoeker, nieuwkomer of inwoner van de stad wordt door Peeters uitgenodigd na te denken over de openheid, schoonheid en sympathie van de stad, de gemeenschap, elkaar en zichzelf.

Realisering van OPENERLIEVERMOOIER past in de reeks van taal georiënteerde werken die de stad al telt. En kan vanwege zijn inhoud / oproep / opdracht / het appèl / zelfs een landelijke betekenis krijgen.

artist impression: https://vimeo.com/187668685

Kunst in de Heilige Driehoek

Van 10 juli tm 15 augustus was het gebied van De Heilige Driehoek in Oosterhout open voor publiek. Hendrik Driessen en ik hadden ruim twintig kunstenaars uitgenodigd om met hun werk te reageren op de monumentale omgeving. De meeste deelnemende kunstenaars maakten voor een specifieke plek binnen deze tentoonstelling nieuw werk. Passend bij de spirituele, betekenisvolle omgeving en geïnspireerd op het thema: Hoop.

campagnebeeld met werk van Jeppe Hein

In de zomer van 2021 was het gebied van De Heilige Driehoek in Oosterhout open voor publiek. Als curatoren hadden Hendrik Driessen en ik ruim twintig kunstenaars uitgenodigd om met hun werk te reageren op de monumentale omgeving. Een enkele keer kozen we voor een bestaand werk omdat het erg goed aansloot op het thema en een bijzondere verbinding aanging met de locatie. De meeste deelnemende kunstenaars maakten echter nieuw werk voor een specifieke plek binnen deze tentoonstelling. Passend bij de spirituele, betekenisvolle omgeving en geïnspireerd op het thema: Hoop.

Voor een terugblik:https://www.h3hbiennale.nl/biennale/terugblik-2e-biennale 

z.t. van Anish Kapoor in Kapel Catharinadal

 

De Kroon, van Robin Ramos en Kymani Ceder. foto Mischa Keijser

La Veillée au candélou (2019) van Juliëtte Minchin

Blijf je graag op de hoogte van activiteiten van Kunst in de Heilige Driehoek? Schrijf je in voor de nieuwsbrief: https://www.h3hbiennale.nl/inschrijven-nieuwsbrief/

 

Sef Peeters – Zwaar als een vogel

Als gastcurator werkte ik samen met de kunstenaar tot diens overlijden in augustus 2019 aan een tentoonstelling in Stedelijk Museum Breda. i.s.m. AiR Van GoghHuisZundert, Stadsgalerij Breda e.a..

Het oeuvre van Sef Peeters, vanaf de eerste performances en fotowerken tot aan de latere installaties en objecten, draait rond één centrale vraag: zijn bestaansrecht als kunstenaar. Met voor hem cruciale werken als De Poging, Phoenix, ik ben een beeldhouwer, 1,2,3-Dood, The Practice of Living en vele andere werken, vraagt hij zich af wanneer iets een beeld wordt, wanneer iets kunst is, en hoe een beeld zich anders gedraagt dan taal, als het om betekenis gaat?

Op het eerste gezicht oogt zijn werk speels en toegankelijk, maar achter die eerste indruk gaan belangrijke existentiële en filosofische vragen schuil over kunst en het kunstenaarschap: wat maakt iemand tot kunstenaar, wanneer krijgt een beeld betekenis? Wat betekent succes en wanneer ben je als kunstenaar precies succesvol? ‘Het mooie falen, daar ben jij meester in. Het falen sublimeren is jouw specialiteit.’ (Sjarel Ex, directeur Museum Boymans van Beuningen). En hoe verhoudt je werk als kunstenaar zich tot je leven als mens? Steeds is daarbij zijn eigen leven uitgangspunt. Het materiaal is vaak dat wat voor handen is: “Ik heb geen ambacht, geen metier, ik ben conceptueel kunstenaar.”

‘Slagen, falen’,2018 (tekening gemaakt tijdens residentieperiode in AiR in Zundert)

Al vroeg in 1976 werd het belang van zijn werk opgepikt door de initiatiefnemers van De Appel in Amsterdam en niet veel later(1978-79) door Bureau Buitenland, die Peeters uitnodigden voor een rondreizende groepstentoonstelling Personal Worlds, met o.a. werk van Bas Jan Ader, Pieter Laurens Mol en Moniek Toebosch.  Daarna volgden talloze tentoonstellingen in binnen- en buitenland.

Sef Peeters geeft in zijn werk geen antwoorden, maar probeert in dialectische werken vooral de beschouwer zelf aan het denken te zetten. Tegenstellingen als naar buiten treden of naar binnen keren, het lichaam en het object, vorm en inhoud, beeld en taal, speelden daarbij een belangrijke rol. Met de nodige dosis humor wees hij de kijker op het feit dat het leven, en dus ook de kunst, nooit eenduidig is, soms zelfs onmogelijk of zich beweegt tussen onverenigbare polen.  De titel van de  tentoonstelling ‘Sef Peeters – Zwaar als een vogel’, is gebaseerd op één van zijn vroegste installaties Heavy as a bird en verwijst naar die polariteit.

Doordat de vragen die hij zichzelf in zijn werk stelt, uiterst persoonlijke vragen zijn van een kunstenaar, gaat dat werk over het kunstenaarschap, de positie van de kunstenaar, de kracht van een beeld en de verhouding van dat beeld met taal en betekenis. Zaken die ook vandaag uitermate actueel zijn voor met name jonge kunstenaars.

 Tot zijn overlijden in augustus j.l. werkte ik samen met de kunstenaar aan een tentoonstelling voor Stedelijk Museum Breda. Deze tentoonstelling was te zien van 15 februari tm 14 juni 2020. 

Vincent Oudendijk maakte in opdracht van STDLK Breda een registratie van de tentoonstelling. 

keuzeprent, 1998

Bij de tentoonstelling werd een filmisch portret getoond van de kunstenaar door Atelier La Machine (Marijke de Bie). En er verscheen een zaalgidsje vormgegeven door Berry van Gerwen.

En / wat / nu

Openingswoord bij tentoonstelling van Harrie Vandevliet en Sef Peeters in Brouwershaven.

En / wat / nu / – Wat/en/ nu – Nu wat en – nu en wat

In de titel van deze tentoonstelling – in welke volgorde je de woorden ook uitspreekt, ligt een vraag besloten: En wat nu?  

Die drie uiterst korte woordjes roepen allerhande vragen en associaties op.

Ze suggereren dat er iets is gebeurt. Nu als het moment na een gebeurtenis… waarop iets moet volgen, maar wat is er gebeurt? En wat moet er dan nú op volgen? Er schuilt een gevoel van actie in die korte tekst, of liever het gevoel van een moment tussen twee acties.

Dat momentane karakter van de titel van deze presentatie van twee kunstenaars – Sef Peeters en Harry Vandevliet – staat in groot contrast met de plaats waar we zijn, de Nicolaeskerk die teruggaat tot in de 13e eeuw. De kerk is in 1540 gewijd aan Nicolas en Jacobus Major, de schutspatronen van de zeelieden. De hooggeplaatste beeldjes zijn waarschijnlijk aan de beeldenstormers ontsnapt. De kerk zelf had zwaar te lijden tijdens de Zeeuwse watersnoodramp en werd 10 jaar later in 1963  geteisterd door een kever die het dak opvrat. Die eeuwen van geschiedenis hebben op allerlei manieren sporen nagelaten in het gebouw: duidelijk zijn nog de verschillende bouwfasen vanaf 1325 tot het tweede kwart van de 16e eeuw, met kenmerken van de 15e eeuwse Vlaamse, de Brabantse Gothiek en latere aanpassingen en verbouwingen. Uiteindelijk bevinden we ons nu in een ruimte die door de eeuwen heen is gebouwd, aangetast en gevormd.

En Wat Nu? In deze eeuwenoude ruimte verhoud je je als kunstenaar van nu tot de geschiedenis.

Veel kunstenaars worstelen de laatste decennia met de last of de schat die de kunstgeschiedenis van de oude meesters vormt. Het was Urs Fischer die in 2011 tijdens de Biënnale van Venetië het majestueuze barokke beeld Sabijnse maagdenroof van Giovanni Bologna in  Florence kopieerde in was en als een nachtkaars liet affakkelen gedurende de 100 dagen van de kunstmanifestatie. Alsof hij wilde zeggen: ik zal eerst af moeten rekenen met de meesters van weleer, voordat ik überhaupt nog iets kan maken. Een grotere ode aan een kunstwerk kun je haast niet bedenken, hoe dubbel ook. Het doet denken aan het beroemde werk The erased Willem de Kooning van Robert Rauschenberg, een werk gemaakt in een tijd dat Harry en Sef nog maar jongens waren.

Ik weet niet of het aan de Zeeuwse lucht ligt, of dat het toeval is dat Harry Vandevliet
– net als zijn collega Loek Grootjans – naar Italië trok om in alle nederigheid de oude meesters te eren.

Loek deed dat door de vloer van het geboortehuis van Leonardo in Vinci te dweilen en de restanten te bottelen en uit te laten kristalliseren. Harry ging niets halen, hij bracht iets terug: De Console. Die we vanaf de oudheid tot diep in het katholieke nu door de kunstgeschiedenis heen een belangrijke, maar vaak ondergeschikte rol zien spelen: als drager van een latei, een godin of een heilige.

Beide ‘performances’ en de schijnbaar bescheiden resultaten ervan, getuigen van een diep respect voor de kunstgeschiedenis en de positie van kunst in het algemeen.

Het was Loek die mij een paar maanden geleden voorstelde aan Harry, bij het mede door hem geleide kunstinitiatief Mon Capitaine in Middelburg. Sef Peeters ken ik al veel langer. We delen de stad waarin ik al ruim 25 jaar woon en werk. Ik ontmoette eerst de kunstenaar in zijn werken, later de man erachter. En ook in het werk van Sef speelt een diep besef van de eigen positie als kunstenaar in de tijd. In 2014 beschreef hij bij Boymans van Beuningen onder de titel Ik wil gelukkig zijn een wand met de namen van overleden collega’s. Daarbij maakte hij een depot-opstelling van zijn eigen collectie. Het was de ultieme relativering van zijn eigen werk als kunstenaar: het oeuvre teruggebracht tot restanten in een depot. Maar uit de opgeslagen beelden sprak een enorme potentie: ze kunnen elk moment – als Doornroosje – gewekt worden uit een diepe slaap.

En Wat Nu? In die veelzeggende gekke titel van deze tentoonstelling herken ik het spel met woorden en betekenis dat ik zo goed van Sef ken. Lange tijd geleden maakte hij diepe indruk met een beeld waarin de letters HEAVEN op de treden van een fragiele trap waren aangebracht. De trap lag, ontmanteld en opgebaard op een plank over een paar schragen. De letters lazen we niet in een gebruikelijke leesrichting van boven naar beneden, maar in de richting van de opwaartse gang, die het woord HEAVEN suggereert. Hij liet mij als voor het eerst nadenken over het begrip, het woord en de betekenis. Ik herinner me dat beeld als de eerste kennismaking met het werk van Sef.

Zoals Sef ons laat nadenken over woord, beeld en betekenis, zo onderzoekt Harry tekens van status en macht in de architectonische vormen om ons heen. In een werk van lang geleden was daar de schouw, de laatste jaren reageert hij met zijn paviljoens en bv. de vliedbergen op onze verhouding tot onze omgeving, en wat dat zegt over ons.

En Wat Nu – De consoles zijn daar een ultiem voorbeeld van. Het kunstwerk is verdwenen, het heiligenbeeld is weg, de console, de drager zelf is beeld geworden. Daarmee geeft hij ons een dubbele boodschap: het afgodsbeeld heeft zijn of haar betekenis verloren, maar de console is er nog, als een stille getuige. Het markeert de plaatsen die er toe doen, suggereert een nieuw soort van heiligheid. Met elke console, onopvallend aangebracht op de wanden van Italiaanse steden als Sienna, Volterra en Milaan, sluit hij aan bij een traditie van puberale graffiti-kunstenaars die hun tag plaatsen op de muren van de stad. Zijn tag is echter niet schreeuwerig, nauwelijks zichtbaar. Maar wel aanwezig. Voor de oplettende kijker. De consoles lijken een wanhopige en tegelijkertijd standvastige roep om betekenis. Een poging de vergetelheid te ontvluchten en – hoe klein ook – een plaats te verwerven op het podium van eeuwigheid.

En wat Nu?

In deze kerk, met de vele grafzerken die het gevoel van traagheid en eeuwigheid nog eens onderstrepen, voegde Harry hier en daar een zerk toe, soms klein en onopvallend als een vloertegel weggelegd. Maar op elke stenen tafel staat de naam en een jaartal van een overledene of iemand die aandacht verdient. Harry vond ze in de krant en in nieuwsberichten. Zoals de Syrische internetactivist die werd opgepakt en in 2015 geëxecuteerd door het regiem, terwijl zijn echtgenote daarvan pas twee jaar later op de hoogte werd gebracht. Er is een herinnering aan de afro-amerikaanse Stephon Clark die op 22 jarige leeftijd, ten onrechte door de politie van Sacramento werd aangezien voor een inbreker en ter plekke doodgeschoten.  Of Emma Gonzalez, één van de overlevers van het bloedbad op de highschool in Parkland afgelopen winter, die nationaal bekendheid kreeg na een speech op een betoging tegen wapengeweld die viraal ging. Harry beitelde onder haar naam een gebroken geweer.

Er is een steen voor G. Sharp die zich hard maakte voor afschaffing van de slavernij, er duiken namen op van activisten van over de hele wereld…

Alsof Harry de waan van de dag, de dagdagelijkse werkelijkheid, een plek wil geven in deze stille kerk. Tussen de vele oude grafzerken. Het is een ode aan de activisten, hij redt ze van de vergetelheid. Met stil en bescheiden klein ergens ook een tegel met de initialen J.C.

Actualiteit, en geschiedenis, activisme en religie komen hier dicht bij elkaar. En wat nu? Harry heeft de ononderbroken noodzaak van activisme door de eeuwen onderstreept door het in steen te beitelen. Zoals God zelf deed in de stenen tafelen die hij aan Mozes schonk: Gij zult niet doden. Gij zult niet stelen. Gij zult niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort….

En wat nu?

In zijn oeuvre – want op zijn leeftijd mag je wel van een over Oeuvre spreken – onderzoekt en bevraagt Sef steeds weer de betekenis en lading van begrippen die voor ons menszijn van belang zijn: IK –  Echt – Angst – kunst – mijn/jouw – Thuis/huis – Mooi – Dood. Die laatste in een prachtige variant op het aftelversje dat kinderen gebruiken bij het hinkelen/verstoppertje spelen: 1,2,3, Dood. In zijn beeldende werk speelt hij met vragen uit zijn eigen leven, die daarmee voor ons als mens allemaal herkenbaar zijn. Toen hij me vroeg deze tentoonstelling te openen, schreef hij me: “Harry en ik bereiden een tentoonstelling voor in de Nicolaaskerk in Brouwershaven. Op een vloer vol grafstenen, dus de dood en overleven zijn wel de thema’s voor ons. (We hebben er per slot van rekening de leeftijd voor).”

Met zijn werk in gedachte en de ontroerende consoles van Harry, moest ik denken aan een tekst uit de film ‘Little children’ van de Amerikaanse regisseur Todd Field, waarin een moeder haar perverse zoon vertelt: “Je bent een wonder. We zijn allemaal wonderen. Weet je waarom? Omdat we als mensen iedere dag onze dingen doen en al die tijd weten we, wij allemaal, dat de dingen waar we van houden, de mensen van wie we houden ons op ieder willekeurig moment kunnen worden afgenomen. We leven met die wetenschap en toch gaan we gewoon door. Dieren doen dat niet.”

Ik heb deze tekst al vaker gebruikt als ik over kunst praat. Eigenlijk zou ik dat minder vaak moeten doen, omdat het wat mij betreft nooit een cliché mag worden, niet aan betekenis mag inboeten. Zoals Sef steeds weer termen opnieuw oplaadt door de vorm die hij ze geeft. Zoals Harry de waan van de dag, met namen van overledenen uit kranten en van nieuwszenders, in natuursteen beitelt. En ons even redt van de vergetelheid.

En / wat / nu… het is de vraag die we onszelf allemaal wel eens stellen, en die naar mate de jaren vorderen blijkbaar steeds pregnanter wordt. Kunst is voor beide heren een vorm van denken, en in dat beeldende denken weten ze zich tot de onmogelijkheid van het leven te verhouden. En bieden ze ons een opening uit dat vertwijfelde moment:

En / wat / nu

Bezichtiging van de werkruimte

Kleine presentatie voor de opening van het nieuwe Stedelijk Museum Breda over Teun Hocks, Monique Toebosch, Marius Boender, Pieter Laurens Mol, Kees Mol, Harrie de Kroon en Sef Peeters, n.a.v. de happening en foto Bezichtiging van de werkruimte.

Bezichtiging van de werkruimte
foto: Marius Boender

Voorbij het zichtbare

Op verzoek van Het Noord Brabants Museum maakte ik een keuze uit hun collectie kunst sinds 1960.

zaaloverzicht

zaaltekst:

Voorbij het zichtbare – een keuze uit eigen collectie

We komen allemaal op een bepaald moment in ons leven dat we ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde dan het schier zichtbare. Daar hoef je niet erg godsdienstig of religieus voor te zijn. Veel kunstenaars streven in hun werk naar wat er achter de dingen schuil gaat, naar dat wat we met termen als ‘het onnoembare’, ‘het numineuze’, of zelfs ‘mystieke’ proberen te omschrijven.

Freelance kunsthistoricus Rebecca Nelemans maakte als gastcurator een selectie uit de collectie hedendaagse kunst van het Noordbrabants Museum. Haar keuze laat zien dat Brabantse kunstenaars in de jaren zestig misschien wel afrekenden met hun katholieke wortels, maar daarmee zeker niet hun zoektocht naar de dieper liggende zijnsvraag over boord zetten. Met alle nieuwe vrijheden die de kunst zich in die tijd verwierf, stellen kunstenaars nog steeds eeuwenoude vragen: Wie zijn wij? Waar komen we vandaan? Waar gaan we naartoe?

Kunstwerk van de dag

Een maandlang beschreef ik voor galeries.nl elke dag een kunstwerk van mijn keuze.

April 2008 had ik een maand lang de eer om als ‘gast’ op www.galeries.nl, dertig dagen lang mijn kunstwerk van de dag te beschrijven, een kunstwerk dat op dat moment in een galerie, kunstinitiatief of museum voor publiek te zien was.

https://www.galeries.nl/gast.asp?gastnr=24#gast24

1 april: Guillaume Bijl

Tijdens de Poëziezomer van Watou 2002 bezocht een gezelschap van cultuurminnaars en cultuurmakers het Museum van de Graaf van Watou. Door de traditioneel in bordeauxrood velours gehulde ruimtes van de polyvalente parochie- en theaterzaal, wandelen ze langs vitrines met opgravingen van scherven van het kasteel van de graaf, een gemummificeerd lijkje van de kat van de gravin het wapenschild van Watou en tekeningen en gravures van het kasteel. Geleidelijk worden ze ingewijd in de historie die Guillaume Bijl hier schetst en ze vragen zich verbaasd af of Watou een graafschap was. 

Even verder in het beminnelijke kunst- en poëziefestival geniet dezelfde groep van een goed bewaard filmfragment van de grote James Ensor. Met zijn imposante grijze baard, in pandjesjas en met hoge hoed wandelt hij rustig over het strand van zijn stad Oostende. 

Slechts een enkeling ziet de dames in bikini op de achtergrond… 

2 april: Stijn Peeters

Het gewone alledaagse. De huizen op de achtergrond, doorzonwoningen ergens in Nederland. Op de voorgrond een man, groot en onbeholpen. Maar ook kleurloos en haast transparant. De ekster ligt helder weergegeven maar geknakt in zijn hand. 
Stijn Peeters weet steeds schijnbaar dagdagelijkse taferelen te combineren met de grote meeslepende thema’s van het leven. Hier de dood, in de vorm van een breekbare vogel in de hand van een grote sterke man. Juist door zijn krachtige postuur voel je het onvermogen: de nietigheid van de mens in het gezicht van de dood, de enormiteit van de natuur in dit brave verstedelijkte landschap.
Het slotakkoord van de dood dreunt hier in alle stilte in schreeuwend roze en oranje. 

Dergelijke drama’s komen nooit aangekondigd, of in de vorm van een spektakel. 
Je treft de dood juist op een onverwacht moment, of gewoon op de stoep.