Projecten: in deze categorie vindt u een overzicht van tentoonstellingen, publicaties of evenementen, waarbij Rebecca Nelemans een leidende rol vervult of vervulde. Deze projecten vinden meestal plaats in opdracht van een instelling of museum. Soms op verzoek van een kunstenaar of op eigen initiatief.
Rebecca Nelemans had hier respectievelijk de rol van curator, eindredacteur of organisator. Teksten die zij als auteur schrijft, vindt u onder de categorie ‘Teksten’.
De derde editie van deze biënnale vond plaats onder de nieuwe naam h3h biënnale van 3 juni t/m 16 juli 2023. Het was de tweede keer dat Hendrik Driessen en ik de tentoonstelling maakten.
Campagnebeeld h3h biënnale, ontwerp B. van Gerwen
Stichting Kunst in de Heilige Driehoek realiseert elke twee jaar een biënnale van internationale allure. Deze bijzondere kunstroute vindt plaats in het gebied ‘De Heilige Driehoek’, in Oosterhout (NB), de enige plek in Nederland waar nog een combinatie van drie actieve kloosters bestaat. Het unieke kloostergebied dient als inspiratie voor tentoonstellingen van hedendaagse kunst.
Fiona Tan, Archive 2019, foto Peter Cox
De derde editie van deze biënnale vond plaats onder de nieuwe naam h3h biënnale van 3 juni t/m 16 juli 2023. Het thema was dit keer Geloof, een van de drie Christelijke deugden.
Marwan Bassiouni, New Western Views, 2021-22, foto Peter Cox
Het was de tweede keer dat Hendrik Driessen en ik de tentoonstelling samenstelden in prettige en nauwe samenwerking met Monique Verhulst, directeur en een klein maar geweldig team en ruim tweehonderd vrijwilligers
Wat is er mooier dan na de pandemie te heropenen met dit lichtwerk van Sef Peeters. Te ontsluiten na een lange en voor velen moeilijke periode, waarin de woorden avondklok, lockdowns, afstand en quarantaine zo vreemd normaal zijn geworden. Elke bezoeker, nieuwkomer of inwoner van de stad wordt door Peeters uitgenodigd na te denken over de openheid, schoonheid en sympathie van de stad, de gemeenschap, elkaar en zichzelf.
Sef Peeters, 2001-
Sef Peeters ( Venlo 1947-Breda 2019) was een kunstenaar voor wie woord en beeld onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in een dans rondom betekenis (www.sefpeeters.nl). Al vanaf eind jaren tachtig onderzocht hij woorden als ‘ik’, ‘jouw’, ‘huis’, ‘angst’ en ‘echt’. Wat gebeurt er met de intrinsieke waarde van het woord als het van kleur verandert? Wat als de vorm waarin het woord gegoten wordt, verandert van zakelijk en neutraal tot speels draaiend in de wind of fragiel uitgesneden uit papier (zoals een werk in de stadscollectie van Breda)? De kunstenaar zette en zet ons daarmee aan het denken over betekenis van woord en beeld, alsof we het woord voor het eerst – of toch in ieder geval volledig opnieuw – ontdekken.
Sef Peeters, Maquette voor lichtwerk, 2002
Toen hij begin van de 21 eeuw de opdracht kreeg om een beeld te ontwerpen voor de entree van de stad Breda via de Claudius Prinsenlaan, lag het voor de hand om met woorden te werken. ‘Mooi’ was een woord waar hij al lang beeldend over nadacht: de letters ruw geboetseerd en gegoten in brons haast slordig op elkaar gestapeld of juist ijl in dun metaal uitgevoerd en als potentieel gereedschap aan een knaapje aan de muur gehangen. ‘Mooi’ is een woord dat door veelvuldig gebruik in de reclamewereld haast zijn betekenis verloor. Peeters probeerde het opnieuw te laden. En na ‘mooi’ kwam als vanzelf ‘mooier’. Kunstenaar en criticus Florette Dijkstra beschreef het als volgt in Brabant Cultureel: “MOOIER: dat is nog eens wat anders dan het ‘affe’ MOOI. Er zit actie in de overstijgende trap, het woord roept op tot vergelijken en dus tot confict. Het woord vloeit door de geest, kabbelt over de lippen, wordt in de wind gehangen, tolt dagenlang om eigen as.”
‘Mooier’ leek Peeters een gepaste term om mensen mee te geven die de stad binnengaan. Als mentale oproep. Daarbij zocht hij naar andere woorden die als een oproep, inspiratie of een mentale ruimte zouden ‘klinken’. Talloze woorden passeerden de revue en uiteindelijk koos hij voor ‘Liever’ en ‘Opener’. Hij speelde ermee in een herzien stadswapen voor Breda: De imponerende leeuwen die het wapenschild flankeerden werden vervangen door de woorden ‘Opener’ en ‘Mooier’. In plaats van de gesloten vestingstad – die hij liet vervallen – plaatste hij de tekst ‘Liever’ boven de engel die van oudsher over de stad waakt.
Zo kwam hij uiteindelijk tot een lichtinstallatie voor de entree van de binnenstad: in losse speels oplichtende letters op de daken van de panden die de Grote kerk flankeren als je de stad in rijdt: ‘Mooier’ in warm rood, ‘Opener’ in helder wit en ‘Liever’ in zonnig geel.
Inmiddels zijn we jaren verder. Praktische bezwaren en nieuwe ontwikkelingen in het gebied rondom de Claudius Prinsenlaan vormden een kink in de kabel van de plannen van Gemeente Breda met dit beeld van Sef Peeters. Nooit was de kwaliteit van het plan echter reden om het niet te realiseren. In 2019, tijdens de voorbereidingen van zijn solo-tentoonstelling bij Stedelijk Museum Breda, werd Peeters ziek. Een klein half jaar later overleed hij.
Samen met Gerard van den Berg, ruimtelijk vormgever en goede vriend van de kunstenaar, Jos Wilbrink, adviseur kunst in openbare ruimte en Hans Thoolen, stedenbouwkundig adviseur maak ik me hard voor de realisering van Opener-Liever-Mooier.
Zoveel jaren na de eerste schetsen spreekt het ontwerp immers nog steeds tot de verbeelding, nu misschien wel meer dan ooit. Technische ontwikkelingen boden de kunstenaar de laatste jaren andere openingen om het ontwerp te herzien en te realiseren. Opener-Liever-Mooier kan gezien worden als een ‘vervolg’ op het monumentale neonwerk JOUWHUISISMIJNHUIS dat de kunstenaar in 1991 uitvoerde in Utrecht in het kader van de tentoonstelling Nachtregels. Maar dit ontwerp voor Breda is ruimtelijker, uitdagender en ambitieuzer. En het zal een openbare context geven aan de ‘bescheiden’ kunstwerken die Peeters tot nu toe gemaakt heeft.
Artist Impression Opener-Liever-Mooier
Wat is er mooier dan na de Covid-pandemie te heropenen met dit lichtwerk van Sef Peeters? Om met dit werk te ontsluiten na een lange en voor velen moeilijke periode, waarin de woorden avondklok, lockdowns, afstand en quarantaine zo vreemd normaal zijn geworden. Elke bezoeker, nieuwkomer of inwoner van de stad wordt door Peeters uitgenodigd na te denken over de openheid, schoonheid en sympathie van de stad, de gemeenschap, elkaar en zichzelf.
Realisering van OPENERLIEVERMOOIER past in de reeks van taal georiënteerde werken die de stad al telt. En kan vanwege zijn inhoud / oproep / opdracht / het appèl / zelfs een landelijke betekenis krijgen.
Van 10 juli tm 15 augustus was het gebied van De Heilige Driehoek in Oosterhout open voor publiek. Hendrik Driessen en ik hadden ruim twintig kunstenaars uitgenodigd om met hun werk te reageren op de monumentale omgeving. De meeste deelnemende kunstenaars maakten voor een specifieke plek binnen deze tentoonstelling nieuw werk. Passend bij de spirituele, betekenisvolle omgeving en geïnspireerd op het thema: Hoop.
campagnebeeld met werk van Jeppe Hein
In de zomer van 2021 was het gebied van De Heilige Driehoek in Oosterhout open voor publiek. Als curatoren hadden Hendrik Driessen en ik ruim twintig kunstenaars uitgenodigd om met hun werk te reageren op de monumentale omgeving. Een enkele keer kozen we voor een bestaand werk omdat het erg goed aansloot op het thema en een bijzondere verbinding aanging met de locatie. De meeste deelnemende kunstenaars maakten echter nieuw werk voor een specifieke plek binnen deze tentoonstelling. Passend bij de spirituele, betekenisvolle omgeving en geïnspireerd op het thema: Hoop.
Als gastcurator werkte ik samen met de kunstenaar tot diens overlijden in augustus 2019 aan een tentoonstelling in Stedelijk Museum Breda. i.s.m. AiR Van GoghHuisZundert, Stadsgalerij Breda e.a..
Het oeuvre van Sef Peeters, vanaf de eerste performances en fotowerken tot aan de latere installaties en objecten, draait rond één centrale vraag: zijn bestaansrecht als kunstenaar. Met voor hem cruciale werken als De Poging, Phoenix, ik ben een beeldhouwer, 1,2,3-Dood, The Practice of Living en vele andere werken, vraagt hij zich af wanneer iets een beeld wordt, wanneer iets kunst is, en hoe een beeld zich anders gedraagt dan taal, als het om betekenis gaat?
Op het eerste gezicht oogt zijn werk speels en toegankelijk, maar achter die eerste indruk gaan belangrijke existentiële en filosofische vragen schuil over kunst en het kunstenaarschap: wat maakt iemand tot kunstenaar, wanneer krijgt een beeld betekenis? Wat betekent succes en wanneer ben je als kunstenaar precies succesvol? ‘Het mooie falen, daar ben jij meester in. Het falen sublimeren is jouw specialiteit.’ (Sjarel Ex, directeur Museum Boymans van Beuningen). En hoe verhoudt je werk als kunstenaar zich tot je leven als mens? Steeds is daarbij zijn eigen leven uitgangspunt. Het materiaal is vaak dat wat voor handen is: “Ik heb geen ambacht, geen metier, ik ben conceptueel kunstenaar.”
‘Slagen, falen’,2018 (tekening gemaakt tijdens residentieperiode in AiR in Zundert)
Al vroeg in 1976 werd het belang van zijn werk opgepikt door de initiatiefnemers van De Appel in Amsterdam en niet veel later(1978-79) door Bureau Buitenland, die Peeters uitnodigden voor een rondreizende groepstentoonstelling Personal Worlds, met o.a. werk van Bas Jan Ader, Pieter Laurens Mol en Moniek Toebosch. Daarna volgden talloze tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
Sef Peeters geeft in zijn werk geen antwoorden, maar probeert in dialectische werken vooral de beschouwer zelf aan het denken te zetten. Tegenstellingen als naar buiten treden of naar binnen keren, het lichaam en het object, vorm en inhoud, beeld en taal, speelden daarbij een belangrijke rol. Met de nodige dosis humor wees hij de kijker op het feit dat het leven, en dus ook de kunst, nooit eenduidig is, soms zelfs onmogelijk of zich beweegt tussen onverenigbare polen. De titel van de tentoonstelling ‘Sef Peeters – Zwaar als een vogel’, is gebaseerd op één van zijn vroegste installaties Heavy as a bird en verwijst naar die polariteit.
Doordat de vragen die hij zichzelf in zijn werk stelt, uiterst persoonlijke vragen zijn van een kunstenaar, gaat dat werk over het kunstenaarschap, de positie van de kunstenaar, de kracht van een beeld en de verhouding van dat beeld met taal en betekenis. Zaken die ook vandaag uitermate actueel zijn voor met name jonge kunstenaars.
Tot zijn overlijden in augustus j.l. werkte ik samen met de kunstenaar aan een tentoonstelling voor Stedelijk Museum Breda. Deze tentoonstelling was te zien van 15 februari tm 14 juni 2020.
Bij de tentoonstelling werd een filmisch portret getoond van de kunstenaar door Atelier La Machine (Marijke de Bie). En er verscheen een zaalgidsje vormgegeven door Berry van Gerwen.
Voor deze publicatie over kunstenaar Hans Klein Hofmeijer verzorgde ik samen met Rick Vercauteren de eindredactie en schreef ik een aantal teksten.
Artefact nr. 953 – Gapingen van mijn geest – is een omvangrijke publicatie over kunstenaar Hans Klein Hofmeijer en zijn werk. Met teksten door kunstenaars, kunsthistorici, critici, filosofen, familie, dichters en schrijvers en een fotobijdrage van dré didderiëns.
Vormgeving: Mark van den Eijnden, Grafisch ontwerpbureau Storm, Weert.
vormgeving: Mark van den Eijnden, Grafisch ontwerpbureau Storm, Weert
Uitgeverij Lecturis, Eindhoven/Hans Klein Hofmeijer, Oostelbeers 2018.
Registratie van de boekpresentatie op 13 mei 2018, De Pont Museum Tilburg.
Uit het voorwoord:
…
Tijd dus, om opnieuw de dialoog met het publiek op te zoeken. Dit keer in de vorm van een publicatie die als een gesamtkunstwerk gezien kan worden: Collega-kunstenaars, fotografen, voormalige museumdirecteuren, kunsthistorici, verzamelaars, een wetenschapper, galeriehouder/curator, vormgever en een dichter reageren – ieder vanuit vriendschap voor de kunstenaar, fascinatie voor, nieuwsgierigheid naar, of juist irritatie bij het oeuvre of bepaalde aspecten daarvan – op het werk. Zo geven zij een inkijk in een wereld die Klein Hofmeijer zijn ‘tweede schedel’ placht te noemen: het atelier, de bibliotheek en het werk wat daar ontstaat. Als bij een craniotomie (of zgn. keisnijding) wordt de schedel gelicht, krijgt de lezer/beschouwer een kijkje in die ‘tweede schedel’. Langzaamaan en in weloverwogen gemonteerde woorden en beelden, wordt in dit gelaagde boek op organische wijze duidelijk wie Hans Klein Hofmeijer is, wat zijn zoektocht is als kunstenaar en als mens. Maar meer nog wat de betekenis van zijn werk en leven is in de ogen van anderen: Het belang van de kunstenaar Hans Klein Hofmeijer.
Artefact nr. 953 – Gapingen van mijn
geest is een met
aandacht, liefde en oprechte nieuwsgierigheid samengesteld portret van de
kunstenaar en diens atelier: Een complex maar uitnodigend werk waarvoor kijker
en lezer letterlijk en figuurlijk de tijd dienen te nemen om te bladeren, te
kijken, terug te gaan, te reflecteren, te vergelijken, en net als de auteurs te
vorsen naar de diepere zin en betekenis van het werk. Een handzaam en
rijkgeschakeerd boek waarin de kunstenaar en zijn artefacten door anderen
worden benaderd, belicht, beschreven, geduid, gefotografeerd en in poëzie
vervat.
Hans Klein Hofmeijer is al die jaren op zoek naar het mysterie van de kunst en van het leven zelf. Hij probeert voorbij de woorden en de vormen te zoeken naar de essentie, ‘het heilige’. Maar hij weet dat hij niet te snel en niet te dicht moet naderen, dat hij ver moet blijven. Dus tast hij het mysterie op verschillende manieren af. Vanuit het perspectief van het verwonderde kind, gravend en klievend in het landschap, in gedachteschetsen, in inktblauw, in de wonde van het schilderij, de tederheid van de verfhuid. Zo onderzoekt hij met de ‘Gapingen van zijn geest’ (zoals hij zelf het werk placht te noemen) de betekenis van beeld en begrip, van vorm en taal; en uiteindelijk wat het is om mens te zijn. …
spread uit de publicatie. Vormgeving Mark van den Eijnden, Grafisch Ontwerpbureau Storm, Weert
Kleine presentatie voor de opening van het nieuwe Stedelijk Museum Breda over Teun Hocks, Monique Toebosch, Marius Boender, Pieter Laurens Mol, Kees Mol, Harrie de Kroon en Sef Peeters, n.a.v. de happening en foto Bezichtiging van de werkruimte.
Bezichtiging van de werkruimte foto: Marius Boender
In 1963 schreef Bob Dylan zijn protestsong over een politiek en maatschappelijk verdeeld Amerika. Dylan voelde dat hij op een keerpunt in de geschiedenis stond. Niet lang daarna brak de Flowerpowerbeweging los. Nu, ruim 50 jaar later, verkeert het westen in een morele crisis. Ons kapitalistische systeem loopt vast. Er zijn brandhaarden op de Krim en in het Midden-Oosten waar duizenden mensen op de vlucht zijn geslagen. In Afrika dreigt een hongersnood voor miljoenen. Europa staat voor de uitdaging: Hoe om te gaan met deze humanitaire rampen? Rechts populisme gijzelt de politiek met nationalistische en opruiende leuzen en doordrenkt het politieke debat met cynisme. Jongeren die in Europese steden opgroeiden, extremiseren tot fanatici. Sommigen reizen af naar het door IS uitgeroepen kalifaat. En tot ieders verbijstering brengen in Parijs en Brussel jonge mannen met bomgordels hun oorlog ook hier. De songtekst ‘Your sons and your daughter/Are beyond your command’, krijgt opnieuw betekenis.
Alle kunstenaars in deze tentoonstelling
verhouden zich in hun werk tot deze grote maatschappelijke veranderingen. Times they are a
Changin’ opent met Carrouçel, een installatie van Tijs Rooijakkers (NL) waarin de prettig
naïeve entertainmentmaatschappij van het westen clasht met de realiteit van oorlog en vluchtelingen. Het
idee dat onze welvaart ten koste gaat van bevolkingsgroepen elders speelt een
rol in I am dancing on the Grave of my
slaves van Henrik
Schrat (DE). Martin & Inge Riebeek (NL) laten ons kennismaken met
idealisten in Rio de Janeiro en Kiev, maar ook met mensen die leven in de
illegaliteit, vluchtelingen, een ‘prepper’ in Amerika en een spiderman in
Madrid die meent dat onze tijd om helden vraagt. Rabi Koria (SY/NL) sluit als
schilder aan bij de Syrische tegeltraditie. Met zijn werk Shock and Awe sluit hij aan bij formele westerse ontwikkelingen
in de schilderkunst en geeft hij tegelijkertijd vorm aan de bombardementen die zijn vaderland teisteren. Nour-Eddine Jarram (MA/NL) mengt vluchtelingen
en vrienden in een serie aquarellen en olieverfschilderijen, waardoor er
uiteindelijk vooral mensen te zien zijn. Ook de serie schilderijen Homemade van Olphaert den Otter (NL) roept associaties op met vluchtelingen,
maar refereert evengoed aan de akkerkotjes waarin seizoensarbeiders hun
onderdak vinden of eenvoudige marktkraampjes in Azië of Afrika.
Deluge van Stijn Peeters toont ons een slagveld in de traditie van
de classicistische historiestukken, maar nu zonder fierheid, maar geladen met
wanhoop en verlatenheid. In de serie Een Griekse crisis, mixed hij de eigentijdse problematiek van
de bankencrisis en het faillissement van dat land met onze klassieke oudheid:
Het is de bakermat van onze cultuur die hier failliet dreigt te gaan.
De grenzen van een vrij Europa worden
dramatisch helder in Black Flag Pushback van Peter Koole (NL). Zijn Journalism
(Novaya gazeta) stelt niet
alleen vragen aan de vrijheid van meningsuiting maar wijst tevens op de
dreiging van een dictator als Poetin.
Er is gelukkig ook hoop: Costantino Ciervo
(IT/DE) toont in zijn videoinstallatie Mare Nostrum hoe de
burgemeester van het spookdorpje Riace de vluchtelingen in zijn kleine deel van Europa een warm welkom biedt.
Reconstructie van de nachtwandeling van Vincent van Gogh op 7 april 1877.
Met als resultaat een publicatie en tentoonstelling bij Van GoghHuis in Zundert.
Reconstructie van Van Goghs nachtwandeling van Oudenbosch naar Zundert 7-8 april 1877
Op zondag 8 april, 1877 schreef Vincent over de
wandeling in een brief aan zijn broer Theo: “… Daar in de hei was het zoo mooi, al was het donker kon men toch
onderscheiden hoe die heivlakte en mastboschen en moerassen zich heinde en ver
uitstrekten, het deed mij denken aan die plaat van Bodmer die op Pa’s
studeerkamer hangt. De lucht was graauw maar de avondster scheen tusschen de
wolken door en nu en dan zag men ook andere sterren.─ Het was nog zeer vroeg
toen ik te Zundert op het kerkhof kwam waar het zoo stil was, ik ging nog eens
zien naar al de oude plekken en paadjes en wachtte het opgaan van de zon af.” (zie bijlage 1)
Vincent
van Gogh ontving de ochtend van de 7e april een brief van zijn vader
waarin hij schreef dat een kennis van de familie, Johannes Aertsen, stervende
was. In februari had Vincent met zijn vader de familie Aertsen nog bezocht. Ze
maakten samen de tien kilometer lange wandeling van Etten naar Rijsbergen waar
de voormalige ouderling een boerderij had.
Diezelfde avond nam Vincent de laatste trein uit
Dordrecht tot Oudenbosch. Hij koos ervoor een late avondwandeling van
Oudenbosch naar Zundert over de hei te maken. In Zundert bezocht hij de voor
hem zo vertrouwde oude plekjes, rondom de kerk, het kerkhof, de kosterswoning.
Hij wachtte tot de zon opkwam en belde aan bij Serfaas Aertsen, een zoon van
Johannes die in Zundert woonde. Daar hoorde hij dat de oude man die nacht
overleden was. Samen met Hein, een andere zoon wandelde hij naar Rijsbergen,
naar de boerderij aan de Tiggeltsestraat, om de dode te zien.
Vincent keerde die avond – 24 jaar oud – terug naar
zijn geboortegrond en liep daar vol nostalgie nog eens naar alle plekjes die
hij van vroeger kende. Het was acht jaar geleden dat hij het ouderlijk huis in
Zundert had verlaten. Zijn ouders waren twee jaar daarvoor verhuisd naar de
pastorie in het naburige Etten.
Misschien zocht Vincent troost over de naderende dood
van een oude bekende, of had hij zelf behoefte aan een lange wandeling. Na een
aantal mislukte carrières liep ook zijn baan bij de boekhandelaar Blussé &
Van Braam in Dordrecht op een einde. Hij werkte er van januari tot eind april.
Daarna verhuisde hij naar Amsterdam om zich voor te bereiden op een studie tot
predikant.
De
wandeling – een kunstproject
Met een gezelschap van schrijvers,
kunstenaars, filosofen, curatoren en andersoortige denkers treden we op maandag
7 april 2014 in de voetsporen van Vincent van Gogh en vertrekken we net als hij
rond 20 uur vanaf het station in Oudenbosch en wandelen over de Rucphense heide
tot aan het kerkje in Zundert (ca. 22 km). We doen een dutje en wachten op de
begraafplaats tot de zon opkomt. (ca. 7.00 uur). We ontbijten in de
kosterswoning waar in de tijd van Vincent een zoon van Johannes Aertsen woonde.
Na het ontbijt lopen we verder naar de voormalige woning van Jan Aertsen, een
boerderij op de Tiggeltsestraat 27 (of 17a?) in Rijsbergen (ca. 4 km). Hier
besluiten we de reconstructie. (Voor route: zie bijlage 2)
Doel:
Door de reis zo nauwkeurig mogelijk na te
bootsen, komen we dichter bij de persoon van de later zo beroemde schilder en
zullen we de mens Vincent van Gogh een fractie beter begrijpen.
Van de reis wordt in woord, beeld en/of
geluid verslag gemaakt door de deelnemers. Dit resulteert in een publicatie en presentatie.
De
verslaglegging van de reconstructie van de wandeltocht wordt tevens onderdeel
van het Asylum van Loek Grootjans
(zie bijlage 3).
Deelnemers:
Lorenzo Benedetti (curator De Vleeshal Middelburg en Nederlands
Paviljoen Biennale Venetië 2013)
Jos Boetzkes (beeldend kunstenaar)
Koen Broucke (beeldend kunstenaar, België)
Philippe van Cauteren (directeur SMAK Gent)
Frits de Coninck (kunstcriticus, museumjournaal/financieel
Dagblad)
Op verzoek van Het Noord Brabants Museum maakte ik een keuze uit hun collectie kunst sinds 1960.
zaaloverzicht
zaaltekst:
Voorbij het zichtbare – een keuze uit eigen
collectie
We komen allemaal op een
bepaald moment in ons leven dat we ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde
dan het schier zichtbare. Daar hoef je niet erg godsdienstig of religieus voor
te zijn. Veel kunstenaars streven in hun werk naar wat er achter de dingen
schuil gaat, naar dat wat we met termen als ‘het onnoembare’, ‘het numineuze’,
of zelfs ‘mystieke’ proberen te omschrijven.
Freelance kunsthistoricus Rebecca
Nelemans maakte als gastcurator een selectie uit de collectie hedendaagse kunst
van het Noordbrabants Museum. Haar keuze laat zien dat Brabantse kunstenaars in
de jaren zestig misschien wel afrekenden met hun katholieke wortels, maar
daarmee zeker niet hun zoektocht naar de dieper liggende zijnsvraag over boord
zetten. Met alle nieuwe vrijheden die de kunst zich in die tijd verwierf,
stellen kunstenaars nog steeds eeuwenoude vragen: Wie zijn wij? Waar komen we
vandaan? Waar gaan we naartoe?
Als gastcurator maakte ik voor het Vincent van GoghHuis in Zundert i.s.m. de Karel Appel Foundation, Amsterdam een selectie uit het oeuvre van Karel Appel, waaruit zijn fascinatie blijkt voor Vincent van Gogh.
Als gastcurator maakte ik i.s.m. de Karel Appel Foundation, Amsterdam een selectie uit het oeuvre van Karel Appel, waaruit zijn fascinatie blijkt voor Vincent van Gogh. De tentoonstelling in het Van GoghHuis in Zundert werd geopend door Rudi Fuchs. Bij de tentoonstelling verscheen een catalogus met een inleiding van mij en teksten van Donald Kuspit en Hans den Hartog Jager